Prince2

PRINCE2 (PRojects INControlled Environments) is een veelgebruikte methode voor gestructureerd projectmanagement. Deze methode is gericht op het management, de besturing en de organisatie van een project. PRINCE2 is ontwikkeld en wordt onderhouden door de Britse semi-overheidsorganisatie Office of Government Commerce (OGC).

Kenmerken van PRINCE2
PRINCE2 is bruikbaar voor alle projecten, groot en klein, en is bijzonder flexibel. Delen van de methode die niet van toepassing zijn op (of niet nuttig voor) een bepaald project, kunnen aangepast worden. PRINCE2 onderscheidt bij projecten vijf eigenschappen en richt zich erop problemen die zich binnen deze eigenschappen voordoen, op te lossen.

De 5 eigenschappen van PRINCE2
PRINCE2 werkt met deze indeling van eigenschappen:
1. Verandering: een project is de manier om een verandering te bewerkstelligen, terwijl de lijnactiviteiten gewoon door blijven gaan.
2. Tijdelijkheid: projecten zijn van nature tijdelijk, met een vast begin én einde.
3. Multidisciplinariteit: verschillende mensen uit verschillende afdelingen werken op een tijdelijke basis samen om de producten van het project op te leveren.
4. Uniciteit: elk project is uniek. Ook al zijn er soms vergelijkbare projecten, elk project is op zich éénmalig en uniek.
5. Onzekerheid: bovenstaande eigenschappen maken dat projecten meer onzekerheid met zich mee brengen dan de dagelijkse lijnactiviteiten.

De 7 principes van PRINCE2
De 7 principes vormen de basis van PRINCE2. Ze vormen de maatstaf waarlangs een project gelegd kan worden om te kunnen vaststellen of het volgens PRINCE2 wordt gemanaged of niet. Als maar aan elk van de principes wordt voldaan is er nog sprake van een PRINCE2 project.

1. Voortdurende rechtvaardiging van het project voor de business
Een PRINCE2 Project moet een valide reden hebben, die gedurende de gehele levensloop van het project ook valide moet blijven. Die reden moet worden vastgelegd en goedgekeurd. Dat gebeurt in een zogenaamde Business Case, die voortdurend gemonitord wordt en bijgewerkt met de nieuwste gegevens. Het doel is om ervoor te zorgen dat een project niet maar doorgaat, terwijl er geen echte baten (meer) te verwachten zijn. Die baten hoeven overigens niet alleen geldelijk te zijn.

2. Leren van ervaringen
Kenmerkend aan Project Teams die PRINCE2 gebruiken, is dat ze voortdurend leren van (eigen) ervaringen. Dit houdt in dat bij de start van een project bijvoorbeeld wordt gezocht naar leerpunten uit eerdere projecten in de organisatie. Daarnaast wordt bij de uitvoering van het project constant gekeken naar manieren om zaken beter te doen. Deze lessen of leermomenten moeten ook voor toekomstige projecten opvraagbaar of benaderbaar worden gemaakt.

3. Gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden
Een project zal alleen maar slagen als de juiste mensen erbij betrokken worden en als helder is wie waarvoor verantwoordelijk is. Bij elke verantwoordelijkheid horen dan ook bevoegdheden. In een PRINCE2 project zijn taken, rollen en verantwoordelijkheden helder omschreven. De structuur komt tegemoet aan de belangen van de leverancier, de gebruiker én de organisatie.

4. Managen per fase
Alles in PRINCE2 is erop gericht de stuurgroep van voldoende sturingsinformatie -en instrumenten te voorzien. Fasering is er daar één van. Een Project wordt in overzienbare fases opgeknipt die eerst worden afgesloten, voordat de volgende fase kan beginnen. Bij de afsluiting wordt een document met de resultaten van die fase opgeleverd. Het is vergelijkbaar met de uitgangspunten (zoals deze golden aan het begin van de fase). Dit geeft de mogelijkheid tot bijsturing. Overigens is de lengte van een fase afhankelijk van vele factoren, zoals de ervaring van de projectmanager, hoe risicovol en complex het project is of de omstandigheden buiten het project.

5. ‘Manage by exception’
Een PRINCE2 project legt voor elke doelstelling de toleranties vast en definieert ook de grenzen van verantwoordelijkheden. Pas als de toleranties op een bepaald niveau overschreden dreigen te worden, wordt het hogere niveau van management ingeschakeld.

6. Productgericht plannen
De focus binnen PRINCE2 ligt op het definiëren van de producten die opgeleverd moeten worden, met de bijbehorende kwaliteitscriteria waaraan die producten moeten voldoen. Het 'wat' staat centraal en niet het 'hoe'. Dat laatste is de verantwoordelijkheid van degene aan wie het opleveren van een specialistisch product gedelegeerd is.


7. Aanpassen aan de projectomgeving
De PRINCE2 methodiek biedt een grote set aan middelen om een project van elke omvang of complexiteit te managen. Die volledigheid brengt met zich mee dat de methodiek eigenlijk per project op maat gemaakt moet worden, om aan de behoeften van dat specifieke project in die specifieke omgeving te voldoen. Afhankelijk van het project kan dit betekenen dat bepaalde onderdelen van de methodiek anders worden ingevuld. Een internationaal project in een dynamische omgeving zou bijvoorbeeld andere eisen kunnen stellen aan rapportages dan een lokaal project in een statische omgeving. In een zeer innovatief, risicovol project zal meer de nadruk op risicobeheersing liggen dan in een ‘standaard’-project.

Bron: Wikipedia

[Tags: PRINCE2. Project, projectmanagement]

Agile Scrum

Agile Scrum is een steeds vaker gebruikte methodiek voor het ontwikkelen van software. Bij deze methodiek werken een klein, multidisciplinair team doelgericht en meetbaar efficiënt aan een project. Het project wordt daarbij ingedeeld in kleine behapbare deelprojecten. Aan het eind van elk deelproject krijgt de klant/gebruiker steeds (een stuk) werkende software opgeleverd.

 Agile/Scum: sprints als kenmerk

Kenmerkend voor Agile/Scrum is dat ontwikkeling gebeurt in sprints. Een sprint duurt over het algemeen 2 tot 4 weken. Het resultaat van een sprint is altijd een op zichzelf staand stuk, werkende software. Het is gebruikelijk om aan het eind van elke sprint een demo te geven aan de (interne) klant/producteigenaar.

 Agile/Scrum: product backlog: de wensen van de klant

In het product backlog legt de producteigenaar de wensen van de klant vast. Hij legt vast wat de waarde is van elke wens voor de klant en stelt prioriteiten vast. Meestal doet de producteigenaar dit samen met de gebruiker/klant die het uiteindelijke (deel)product gaat afnemen. Het team schat voor elk onderwerp in welke inspanning het daarvoor moet leveren.

 Sprintplanning en sprint backlog

Tijdens de sprintplanningen pakt het team steeds een aantal punten van de bovenkant van de product backlog op. Het team deelt ze op in taken en bespreekt de aanpak. Ze leggen dit vast in de sprint backlog. Taken worden niet aan een persoon gekoppeld, maar de teamleden pakken zelf taken op die urgent zijn en passen bij hun kennis en ervaring.

 Dagelijkse scrum-sessie

Het team komt elke dag kort bij elkaar (maximaal 20 minuten en in principe 1 minuut per persoon + 5 minuten inleiding) in de dagelijkse scrum-sessie, de ‘daily scrum’ meeting. Hierin geeft elk teamlid antwoord op de volgende vragen:

  •     Wat heb ik gisteren gedaan?
  •     Welke problemen ben ik daarbij tegengekomen?
  •     Wat ga ik vandaag doen?

De ervaringen tijdens de eerste sprint (zijn alle punten verwerkt, was er tijd over of juist te kort?) en de feedback van de gebruiker/klant op de opgeleverde software vormen de basis voor de 2e sprint. Hiervoor pakken de teamleden een volgend stuk van de product backlog op en zo gaan ze verder. Dit herhaalt zich totdat alle punten van de backlog zijn voltooid, het budget op is of de deadline bereikt is. Het maakt niet uit met welke van deze factoren het scrum-project eindigt. De belangrijkste en meest waardevolle punten (op basis van klantwens in product backlog) zijn voltooid en de output is altijd een werkend product.

 ScrumMaster

De rol van de ScrumMaster is om tijdens het gehele proces ervoor te zorgen dat het team functioneert en productief is.

 Voordelen van Scrum/Agile

-           Korte ontwikkelcycli met steeds een stuk werkende software als resultaat

-           Direct contact met en feedback van de klant/gebruiker

-           Flexibel ontwikkelen

-           Steeds oog voor software die de meeste waarde geeft aan de klant/gebruiker

[Tags: Scrum/Agile, sprint, ScrumMaster, scrum sessie]

ITIL - Information Technology Infrastructure Library

Information Technology Infrastructure Library, meestal afgekort tot ITIL, is het grootste en belangrijkste framework voor het inrichten van de beheerprocessen binnen een ICT-organisatie. ITIL biedt een handvat voor elk bedrijf dat zijn ICT-organisatie wil verbeteren. Het is geen doel op zich. Daarom is het voor elk bedrijf, groot of klein, toepasbaar.

Service management met ITIL
ITIL is geen methode of model, maar eerder een reeks van best practices en concepten ITIL richt zich volledig op Service Management. Het gaat erom dat een service waarde levert aan de klant. Twee begrippen staan bij ITIL centraal voor een service:
•    Utility: een service moet altijd bruikbaar zijn voor de klant
•    Warranty: een service moet de zekerheid bieden dat hij aan de eisen en wensen van de klant kan voldoen
De benadering van ITIL is dus klantgericht.
 
Het principe van ITIL, V3
ITIL kent inmiddels de derde versie, ITIL V3, dat zich richt op de complete Service Levenscyclus. De Service levenscyclus kent 5 fases, die weer zijn onderverdeeld in verschillende processen:
•    Service Strategy
o    Financial Management
o    Service Portfolio Management (SPM)
o    Demand Management
•    Service Design
o    Service Catalogue Management
o    Service Level Management
o    Capacity Management
o    Availability Management
o    IT Service Continuity Management (ITSCM)
o    Information Security Management
o    Supplier Management
•    Service Transition
o    Service Transition Planning and Support
o    Change Management
o    Service Asset and Configuration Management
o    Release and Deployment Management
o    Service Validation and Testing
o    Evaluation
o    Knowledge Management
•    Service Operation
o    Event Management
o    Incident Management
o    Request Fulfilment
o    Problem Management
o    Access Management
o    Operational activities of processes from other lifecycle phases
•    Continual Service Improvement
o    CSI Improvement Process
o    Service Reporting
o    Service Measurement
o    Return on investment for CSI
o    Business questions for CSI
o    Service Level Management
 
Voordelen met ITIL
ITIL is gericht op een continue verbetering en verandering van het beheerproces. Met de waarde die dat heeft voor de klant als belangrijkste uitgangpunt. Daarom kan elk bedrijf zijn voordeel doen door het gebruik van ITIL. Denk aan:
•    Beter toegespitste ICT-diensten
•    Minder kosten
•    Hogere tevredenheid bij gebruikers door een professionele benadering van service
•    Meer productiviteit
•    Beter gebruik van kennis en ervaring
 
Lees meer op de ITIL-website
[Tags: ITIL, Information Technology Infrastructure Library, Service Management, beheerprocessen]

BiSL - Business Information Services Library

Business Information Services Library (BiSL), is een raamwerk voor het uitvoeren van functioneel beheer en informatiemanagement. Het zorgt voor de aansluiting tussen de ICT en het bedrijfsproces. Zodat ICT doet wat het bedrijfsproces vraagt.
 
Het principe van BiSL
BiSL is een standaard in het publieke domein sinds 2005, die wordt beheerd door de ASL BiSL Foundation, voorheen ASL Foundation. Anders dan frameworks als ASL en ITIL richt BiSL zich niet op de ICT-organisatie, de supply-kant, maar juist op de gebruikersorganisatie, de demand-kant.
 
Het BiSL-framework is geschikt voor elke organisatie. Het beschrijft:
•    hoe een gebruikersorganisatie ervoor kan zorgen dat informatievoorziening adequaat werkt;
•    hoe u behoeften in het bedrijfsproces vertaalt naar ICT-oplossingen en niet-ICT-oplossingen;
•    hoe u de informatievoorziening en ICT-dienstverlening vanuit het oogpunt van de gebruiker stuurt;
•    hoe u de informatievoorziening op lange termijn vormgeeft.
 
BiSL model en best practices
Het BiSL raamwerk omvat 23 taken op richtinggevend, sturend en uitvoerend niveau en wordt ondersteund door een aantal best practices. Die geven aan functioneel beheer en informatiemanagement binnen een organisatie. Diverse grote Nederlandse organisaties gebruiken het raamwerk. Het sluit aan op de procesframeworks ASL en ITIL.
 
Indeling
Er zijn 7 procesclusters met bijbehorende processen, verdeeld over 3 niveaus:
Strategisch / Richtinggevend niveau


•    Opstellen IV-organisatiestrategie (organisatie)
o    Relatiemanagement gebruikersorganisatie
o    Strategie inrichting IV-functie
o    Leveranciersmanagement
o    Ketenpartnermanagement


•    Informatiecoördinatie (afstemming)


•    Opstellen informatiestrategie (vormgeving)
o    Informatie lifecyclemanagement
o    Informatie portfoliomanagement
o    Bepalen keten-ontwikkelingen
o    Bepalen technologieontwikkelingen
o    Bepalen bedrijfsprocesontwikkelingen


Sturend niveau
•    Sturende processen
o    Planning en control
o    Financieel management
o    Behoeftemanagement
o    Contractmanagement


Uitvoerend niveau
•    Gebruiksbeheer (organisatie)
o    Gebruikersondersteuning
o    Operationele ICT-aansturing
o    Beheer bedrijfsinformatie


•    Wijzigingenbeheer en transitie (afstemming)


•    Functionaliteitenbeheer (vormgeving)
o    Specificeren
o    Vormgeven niet-geautomatiseerde IV
o    Voorbereiden transitie
o    Toetsen en testen
 
Bronnen: ASL BiSL Foundation, Wikipedia
Meer lezen? BiSL op de website van ALS BiSL Foundation
 
[Tags: BiSL, Business Information Services Library, ICT, informatiemanagement, functioneel beheer]

ASL Application Services Library

Application Services Library (ASL) is een framework voor applicatiebeheer. ASL is gebaseerd op een theoretisch model en op best practices en ervaringen rondom beheer, onderhoud en vernieuwing van applicaties. Het biedt organisaties een handvat om gestructureerd applicatiebeheer uit te voeren. Het beheer draait om pro-actief handelen, zodat applicaties aan de eisen van de gebruikers blijven voldoen.

 Het principe van ASL

ASL is vastgelegd in een model en in een groot aantal best practices. De theorie beschrijft wat de processen inhouden en welke relaties er zijn. De best practices bevatten voorbeelden van onder andere procesbeschrijvingen, functiebeschrijvingen, rapporten en meer.

Het model kent zes procesclusters, met daarin 25 processen. De procesclusters omschrijven de volgende processen die belangrijk zijn bij applicatiebeheer:

  •     beheer
  •     onderhoud en vernieuwing
  •     verbindende processen
  •     sturende processen
  •     Applications Cycle Management (ACM)
  •     Organization Cycle Management (OCM)

 Alle processen binnen ASL zijn beschreven op drie niveaus:

  •     uitvoerend (operationeel)
  •     sturend (tactisch)
  •     richtinggevend (strategisch)

 ASL Nederlandse standaard voor applicatiebeheer

Wat ITIL is als beheermethodiek voor het beheren van ICT-infrastructuren, is ASL voor gestructureerd applicatiebeheer. Eigen voor ASL is de nadruk op de ontwikkelcyclus (onderhoud / vernieuwing). ASL is een Nederlandse standaard in het publieke domein, beschikbaar voor iedere organisatie. Het beheer is in handen van de ASL BiSL Foundation, die wordt ondersteund door een aantal grote ICT-bedrijven.

[Tags: Application Services Library, applicatiebeheer, ASL, applicaties, beheer]